Heksenvervolging in de middeleeuwen

Gepubliceerd op 7 november 2026 om 14:31

In Duivelsdochters opent er diep in de krochten van een kasteel een poort naar de middeleeuwen. Voor Sarah is het de start van een reis die haar leven voorgoed verandert. Ze moet in het middeleeuwse Doronburc een wereld van de pest, bijgeloof en brandstapels doorstaan.
De jacht op heksen en de vervolging daarvan is groot thema in Duivelsdochters, maar vond eigenlijk iets later plaats dan de periode waarin Duivelsdochters zich afspeelt. Voornamelijk in de renaissance, de periode ná de middeleeuwen. Het begrip ‘heks’ werd in de jaren wel al 1230-1430 gefundeerd, wat gepaard ging met ketterprocessen en de ingestelde inquisitie, een kerkelijke rechtbank die heksen berechtte.

Van showprocessen tot heksenprocessen

Hekserij werd aanvankelijk gezien als het op bovennatuurlijke wijze uitroepen van kwaad over anderen. Rond 1375 werd daar door de hogere klasse aan toegevoegd dat de heksen een pact met de duivel gesloten zouden hebben.

Tussen 1325-1330 vonden er politieke showprocessen plaats waarin vorsten hun tegenstanders ervan beschuldigden met hulp van de duivel samenzweringen tegen hen te smeden. Dit leek enigszins op de latere heksenprocessen. Heksen werden toen alleen van maleficiën (boosdoeningen) beschuldigd. De heks kreeg daarvoor een passende straf. Een moord die gepleegd zou zijn door tovenarij werd hetzelfde bestraft als een moord die met een bijl was gepleegd.  Na 1375 begon de inquisitie zich met de heksenvervolging te bemoeien en werden de processen grootser opgezet. De geleerden (theologen, filosofen en rechters) geloofden niet dat zwarte magie en maleficiën mogelijk waren zonder de hulp van de duivel. 

Daarom beschuldigden zij de heksen ervan, dat zij een ketterspact met de duivel hadden gesloten. De heksen zouden de duivel aanbidden en in ruil daarvoor, grote krachten krijgen om kwaad te doen. 

De slachtoffers

De heksenvervolging heeft in Europa naar schatting 30.000 tot wel 60.000 slachtoffers geëist. Meestal de armere, oudere en wijzere vrouwen. De natuurgenezers, de helers en de vroedvrouwen.  De meeste van hekserij beschuldigden ”bekenden“ alle beschuldigingen omdat ze gemarteld werden. Ook wezen zij tijdens de martelingen andere personen aan die zich zogenaamd inlieten met hekserij, die op hun beurt ook weer anderen zouden aanwijzen, hetgeen leidde tot processen met talloze onschuldig veroordeelden.

De Heksenhamer

n de 15e eeuw werd er zelfs een handleiding geschreven voor de heksenjacht met gedetailleerde ondervragingstechnieken en de meest effectieve foltermethoden: De Heksenhamer. Naast een uitleg over de materiële schade die heksen konden toebrengen, onder meer met het oproepen van natuurelementen en -rampen, wordt er ook uitleg gegeven wat de dienaars van de duivel over de mensen uit konden spreken:

  1. Doden van een man, vrouw, kind of vee.
  2. Aantasten van vitale organen.
  3. Veroorzaken van een misval of abortus bij vrouw of vee.
  4. Beroven van verstandelijke vermogens.
  5. Onvruchtbaar maken van mannen, vrouwen en vee.
  6. Blinde liefde oproepen voor de andere sekse.

Door de punten drie en vijf werden vroedvrouwen, meer nog dan andere vrouwen, als potentiële heksen beschouwd. Zij waren het immers die middeltjes tegen zwangerschappen kenden en abortussen pleegden. De makkelijkste prooien voor de duivel waren volgens de auteur van De Heksenhamer overspelige, geile, verlaten, miskende en mooie jonge vrouwen.

Heksenjagers en de inquisitie

Hoofdtaak van de inquisitie (de heksenjagers) was ketters op te sporen, proberen hen te bekeren en desnoods te straffen of te doden. Werd jij aangewezen als heks, dan moest je bewijzen dat dat niet zo was. Velen stierven echter al tijdens de martelingen of bij de proeven die ze moesten ondergaan. Overleefden ze dit door vaak een bekentenis, dan kreeg men de kans om zich te bekeren. Dan kreeg men “gratie” en werd de veroordeelde eerst gewurgd vóór de verbranding, om zo mogelijk nog in de hemel te komen. Bekeerden ze zich niet, dan belandde de heks levend op de brandstapel. Het zuiverende vuur werd gezien als de enige manier om de kracht van de duivel te laten verdwijnen.

Het godsoordeel: de proeven

De Heksenwaag

Bij de weegproef werd een van hekserij beschuldigde gewogen en was ze schuldig als zij minder woog dan het vooraf bepaalde gewicht. Hierbij werd gebruik gemaakt van de weegschaal (de Waag) die in die tijd ook gebruikt werd voor producten als tarwe, meel, enz.

Kruisproef

Bij de kruisproef, waarschijnlijk ingesteld door geestelijken, moesten beide partijen in een geschil zo lang mogelijk in kruishouding blijven staan, dat wil zeggen met de armen omhoog. Wie het eerst de armen liet zakken, bekende schuld.

Foto: Museum De Heksenwaag Oudewater

Waterproef

Bij de waterproef werd de beklaagde in het water gegooid. Een onschuldige zou direct zinken; wie bleef drijven was behekst. Men dacht dat heksen lichter dan water waren en zouden blijven drijven. De beklaagde werd wel vastgemaakt aan een touw zodat hij of zij nog uit het water getrokken kon worden, maar soms kwam het toch voor dat mensen hierbij verdronken. In dat geval kregen ze een christelijke begrafenis en werden ze geacht naar de hemel te zijn gegaan. Het kon ook zo zijn dat de beklaagde bleef drijven door luchtbellen in de kleding; ze werd dan direct tot heks bestempeld. De waterproef wordt beschreven in De Heksenhamer en werd op grote schaal toegepast. Bleef men drijven en tot heks beschuldigd, dan volgde de brandstapel. Linksom of rechtsom overleefde een beklaagde het waarschijnlijk nooit. Of ze verdronk of ze verbrandde levend.

Vuurproef

Bij de vuurproef moest de beklaagde over gloeiende kolen lopen of een heet voorwerp vastpakken, waardoor hij brandwonden zou oplopen. Zijn schuld of onschuld hing af van het al dan niet goed genezen van die wonden. Er kon echter bij gemanipuleerd worden doordat men de voorwerpen of kolen zo heet kon maken als men wilde. Deze proef werd ook uitgevoerd met heet water. Ook hier kon gemanipuleerd worden: de watertemperatuur kon variëren van circa 47 °C (wat al als heet wordt aangevoeld) tot kokend.

Deze proeven en de processen gebeurden ook in mijn eigen streek, daarover lees je in deel 2: Heksenhype in Zuidoost-Brabant